26 jan 2018 - Gent Timeau De Keyser

Bart Meuleman: Na Yvonne, prinses van Bourgondië, het eerste theaterstuk van Gombrowicz, ga je Het Huwelijk ensceneren, zijn tweede stuk. Dat is een opmerkelijke keuze. 

Timeau De Keyser: De diepgang en magie die ontstaat wanneer het oeuvre van Gombrowciz intern begint te communiceren willen we op de scène uitwerken en doorgeven aan de toeschouwers. Dit doen we door Het Huwelijk te spelen als een soort sequel op Yvonne. Eigenlijk lijken Yvonne en Het huwelijk erg op elkaar. De personages zijn bijna identiek. Maar terwijl Yvonne op een plot drijft, heeft Het huwelijk de logica van een droom. Eigenlijk zijn de mogelijkheden van de taal hier drijvende factor. Je merkt goed dat Het Huwelijk (1947) twaalf jaar na Yvonne is geschreven, er wordt in de theaterschriftuur meer mogelijk voor Gombrowicz. Hij gebruikt het medium zelf meer om te laten zien hoe de identiteit wordt gevormd binnen het sociaal weefsel. Zo kunnen in Het Huwelijk bijvoorbeeld personages van rol veranderen, waardoor ook hun verhoudingen onderling veranderen, en hun maatschappelijke positie. 

Bart: Vandaar de verwantschap voor jou tussen theater en samenleving?

Timeau: Inderdaad. Gombrowicz toont personages in een vormeloze, haast abstracte wereld. Het is in die wereld dat de personages zelf vorm aanbrengen, door hun spelen. Zo ontstaat doorheen het spel een maatschappij. Het stuk begint met het hoofdpersonage, Hendrik, die zich niet goed meer herinnert wie hij was. Ook de andere personages lijken niet te weten wie ze zijn of wat ze voor elkaar betekenen. Pas door te benoemen dat de andere personages zijn vader en zijn moeder zijn, krijgen zij die rol en ontstaat er een onderling verband, een afspraak, een vorm. Gombrowicz’ theorie over de strijd tussen de vorm en het vormeloze, tussen het onrijpe (het vormloze) en de volwassenheid (de vorm) kan je laten samenvallen met de beginselen van het theaterspel. 

Bart: In hoeverre zal dat spelen hier dan anders zijn dan in Yvonne

Timeau: Het Huwelijk is een volgende stap. Zowel narratief  – we spelen het dus als een soort sequel op Yvonne – maar ook in enscenering. Net zoals Gombrowicz evolueerde, doen wij dat ook. Als we zien hoe in Het Huwelijk de structuur en de taal zich hebben ontwikkeld, en als we begrijpen dat het meta-theatrale van nog groter belang is geworden, dan kan het niet anders of dat gaat van grote invloed zijn op de enscenering en het spelen. 

Bart: Bij Yvonne was er een aparte rol weggelegd voor de muziek, door de zang van Simon De Winne.

Timeau: Die rol wordt nu groter. Naast Simon zingt van de acteurs ook Marjan De Schutter mee, en we hebben twee ‘opgeleide’ zangers gevraagd: Sander De Winne en Lieven Gouwy. Samen gaan we onderzoeken hoe we Vlaamse polyfone muziek in de voorstelling kunnen integreren en hoe we bepaalde compositietechnieken kunnen laten interageren met de tekst van Gombrowicz. 

Bart: Hoe kom je bij de Vlaamse polyfonie terecht? 

Timeau: Gombrowicz installeert in zijn stukken thema’s en motieven die hij gaat herhalen. De tekst wordt muzikaal en verliest zijn narratief of psychologisch karakter. Dit willen we nu versterken en uitdiepen door deze tekstuele motieven te verbinden aan muzikale technieken uit de Vlaamse Polyfonie. Kan je bepaalde melodieën integreren in het spelen van de tekst? Kan je melodieën verbonden aan bepaalde woorden een echo laten zijn van wat eerder is gezegd? Of een aankondiging van wat moet komen? Het zijn maar enkele vragen die ons intrigeren. Zoals in Yvonne beweging in relatie stond tot de tekst, zo gaan we nu op zoek naar de relatie tussen Het Huwelijk en muziek.  

← Ga terug